‘Vroeger was het beter’ en ‘toen ik klein was, durfde ik echt geen ‘shit’ te zeggen!’, ‘de jeugd van tegenwoordig!!’  uitspraken die zeker om je heen hebt gehoord van een vader en moeder, maar die je misschien nu zelf begint te gebruiken, nu je ouder wordt. Ach, de tijd maakt van ons allen een leugenaar.

Hoe pak je dat aan als je – zoals in mijn geval – broers en zussen gaat interviewen over hun leven in het gezin vroeger, met hun broer of zus die extra zorg nodig had? 

Probeer maar eens zelf de flarden van je jeugd met elkaar te rijmen. Je dacht dat je zes was toen je van het paard viel, maar even later bedenk je dat dat niet kon, omdat je toen nog helemaal niet op paardrijden zat. Je verleden is deels hoe je het zelf herinnert, deels hoe anderen zich jou herinneren en grotendeels verzonnen.

Ik vind het daarom een behoorlijke uitdaging om van mensen hun ware verleden op te tekenen. Ik vraag me af hoe veel interviews ik nodig heb voor ‘kleintje’, ‘gekke henkie’ en ‘lieve lotje’ ? Die nu ongetwijfeld groter, ‘papa Henk’ en ‘Lot van God Los’ zijn geworden. Hoe zien zij zichzelf nu in hun gezin? Hoe kozen ze voor hun eigen leven, en wat hebben zij geleerd van hun worstelingen, en zouden ze willen zeggen tegen andere broers en zussen of hun ouders?

Ik ben benieuwd!

Advertenties